Kiefkampweg 13

Kiefkampweg 13

Kiefkampweg 13
N 204

Auteur:
Evert de Jonge

 

Inhoudsopgave:

    Inleiding

    In een van de akten werd dit huis omschreven als ‘Een karremansplaats op de Kiefkamp’. Met deze benaming werd aangegeven dat de bewoner niet alleen boerde, maar ook als daghuurder of karrenman (vervoerder) zijn kost verdiende. De boerderij zal omstreeks 1745 zijn gebouwd. Het verhaal start met de mogelijke bouwers.

    Kieftkamp 13 (jaren 80 vorige eeuw)
    Kieftkamp 13 (jaren 80 vorige eeuw)

    Schoonhoven

    In 1729 trouwden in Vaassen Gerrit (Hendricks) van Schoonhoven & Maria Mullers. Hij kwam uit Veessen, zij uit Vaassen. Vanaf 1732 kochten zij diverse stukken land in onder andere buurtschap De Kiefkamp. Zelf woonden zij in een in 1734 gekochte boerderij in de buurtschap De Hegge, dat tussen De Kiefkamp en De Cannenburg is gelegen.

    Mogelijk dat zij al in 1732 de boerderij hebben laten bouwen om dat vervolgens weer te verkopen (en later terug te kopen).

    Het huis moet dan al in twee helften zijn verdeeld, dat blijkt uit de volgende akten.(Helaas werd er geen akte van de verkoop tussen 1732-1758 gevonden).

    In 1758 verkocht het echtpaar Cornelis Gijls & Geetrui Langen hun aandeel, zijnde ‘ruijm de half scheid’ van een huis, met een stukje hofland, met zijn heggen en holtgewas, zoals aangekocht van Gerrit Hendricks of Gerrit van Schoonhoven, gelegen op de Kijffkamp. Het werd begrensd door: Oostwaarts Aert Gerrits ten Holte, Westwaarts het gemene veld, Zuidwaarts Jan Eijmberts en de weduwe van Jan Dries, Noordwaarts de diaconie van Vaassen. De kopers waren Gerrit van Schoonhoven & Maria Mullers, die er 66 gulden voor neerlegden.

    In 1762 verwierven zij voor 60 gulden ook de andere helft. De verkopers waren Jannes Hendriks & Aaltjen Helmigs en zijn halfbroer Dries Jansen. De omschrijving van de begrenzing luidde: Oostwaarts Jan Eijmberts, Westwaarts het gemene veld, Zuidwaarts Hermen Jans en  Noordwaarts verkopers. De akte meldde ook dat de tiend aan de Cannenburg betaald diende te worden.

    Indien de begrenzing van 1758 en 1762 met elkaar vergeleken worden is duidelijk dat die maar deels overeenkomt.

    Het kan zijn dat de kopers, nu eigenaar van het hele huis, er zes jaar woonden, dus verhuisden van De Hegge naar De Kiefkamp. In 1768 verhuisde men terug naar De Hegge waar zij een boerderij kochten. Kort daarvoor werd het huis in de Kiefkamp door hen verkocht aan Willem Seijns & Geertjen Jans. In de begrenzing die nu werd genoemd is een mix van de eerder genoemden te lezen. De waarde was gestegen: voor het hele huis diende de nieuwe eigenaren 250 gulden op te hoesten.

    E

    Het ruimen van een sloot op de Kiefkamp

    In juni 1775 werd door enkele inwoners van De Kiefkamp een getuigenis afgelegd over het onderhoud van een sloot. Zo verklaarde Roelof Eijmberts dat hij van kindsbeen af de sloot kende die langs Roelof Aarts weide via het veld in de Kiefkamp naar De Hegge in Vaassen liep. Hij had samen met zijn broer Jan Eimberts – hiervoor genoemd – de sloot meerdere keren op verzoek van de papiermaker Warner Veenhuizen geruimd. Later deed hij dat alleen en gebruikte daarvoor de schop. Dat gebeurde zonder enige belemmering, in totaal 45 jaar, totdat mei 1775 de vrouwe van de Cannenburg hem verbood zijn werkzaamheden uit te voeren.

    Vervolgens kwam Warner Veenhuizen, papiermaker op de Smallertse molen aan het woord. Hij verklaarde sinds 1743 op de molen te werken. Ook hij ruimde de sloot met een schop of haak.

    Daarna was het de beurt aan Gerrit van Schoonhoven, die verklaarde sinds 1729 in Vaassen te wonen. Hij had het ruimen vaak gezien. Tot slot bevestigden twee andere getuigen het sloot ruimen.

    De reden voor deze getuigenissen, op verzoek van J.B. Haack, zal ongetwijfeld te maken hebben met wateroverlast rond de Nijmolen, eigendom van de Cannenburg.

     

    Bron: RAV, invnr. 919, fol. 166.

    Willem pachtte in 1802 ook nog een andere boerderij op De Kiefkamp. Zijn pachtheer was A.F.R. van Haersolte die dit bezit dat jaar verkocht aan Jan Montizaan (later kadastraal nummer N 209)

    Kort daarna overleed Willem. Op de lijst van 1803 werden de erven Willem Cijnen genoemd als bewoners.

    Van Galen

     

    Volgens de zelfde lijst van 1803 was Berend van Galen de volgende bewoner van de boerderij. Hij was in 1781 in de RK-kerk van Vaassen getrouwd met Janna Dries Meijer, afkomstig uit Raalte. Zij woonden eerst aan de Hardenbrink in Epe. In 1804 verkocht het echtpaar hun bezit daar. Kort daarvoor moeten zij dus op De Kiefkamp zijn komen wonen. Daar kochten zij in 1811 nog 4,5 schepel zaailand.

    In 1819 overleed Janna, Berend overleefde haar elf jaar.

    Na zijn overlijden in 1830 deed zijn enig kind, Geertrui van Galen, in 1831 aangifte voor de successiebelasting. Vader had haar het huis en hof nagelaten, met als buren de diaconie van Vaassen en Jan Huiskamp. Verder erfde zij drie stukken zaailand.

    Geertrui trouwde 1807 in de RK-kerk van Vaassen met Gerrit Willems van Oene. Zij hebben mogelijk de boerderij verbouwd, na de vestiging van een hypotheek. Niet dat Gerrit er lang van zou kunnen genieten, want hij overleed in 1837. Zijn weduwe en haar acht kinderen namen in 1838 een tweede hypotheek op. In 1844 werd de boedel geïnventariseerd. Volgens het kadaster was in 1846 Peter van Oene, een van de zonen, eigenaar van een 16e deel.

     

    Twee huizen

    In 1853 werd de boedel gescheiden. Moeder Geertrui behield de helft; het huis werd gesplitst. In 1854 werd geregistreerd dat er nu sprake was van twee huizen (N 251 en N 252). Geertrui zou tot haar overlijden in 1860 eigenaar van N 252 blijven, dat daarna op naam werd gezet van zoon Peter.

    Weer volgde een boedelverdeling waarbij een andere zoon, Willem van Oene, N 252  verwierf. Dit deel zou later op naam van Gradus van Oene komen die het in 1919 verkocht aan Willem Kuijt.

     

    De andere helft, N 251, kwam bij de verdeling op naam van de dochters Wendelina en Gerharda van Oene, respectievelijk in Epe en Zwolle wonende. Zij verkochten het weer aan de al genoemde Gradus en hun zuster Geertruida van Oene. Ook deze helft werd in 1919 verkocht aan Willem Kuijt. Omstreeks 1975 ging dit deel naar Frederik Bernardus Maria Diks, slager te Vaassen, die ook de andere helft verwierf. Het kreeg toen een nieuw kadastraal nummer: N 1158.

    Bronnen

    HGA:
    Memories van successie, kantoor Hattem, invnr. 25, nummer 236.                              RAV, invnr. 914, fol. 360vso, idem 915, fol. 176vso, idem 916, fol. 4vso, idem 919, fol. 166.
    Geen reactie's

    Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.