Koeweg 2

Koeweg 2

Het Hanendorp en de Hanendorperweg (Emst) (3)
Een wandeling langs oude en nieuwe panden

Auteur:
Evert de Jonge

Publicatie:
Verschenen in Ampt Epe 193 / juni 2013

Inhoudsopgave:

    Inleiding

    In deel 2 wandelden we een niet-bestaand weggetje in. In dit deel bezoeken we de laatste twee huizen aan deze straat om dan terug te keren.

     

    Boerderij Dijkgraaf
    Decennialang was in de boerderij ‘Scholten’ het gelijknamige rietdekkersbedrijf gevestigd.

    ‘Scholten’

    We lopen nu verder op het niet meer bestaande weggetje om een boerderij – thans vanaf de Hanendorperweg via de Koeweg bereikbaar – te bereiken waar in 1832 het echtpaar Jan Berends Smit (geb. 1785) en Teuntje van Lohuizen woonde. Opvallend is dat de boerderij in 1832 vrijwel in zijn geheel werd omsloten door houtwallen, zoals te zien is op de in Ampt Epe nummer 190 afgebeelde kadasterkaart. In feite handelt het zich hier om een huisenk.

    Begrip huisenk


    Het begrip enk (eng) is redelijk bekend in de betekenis van een meestal opgehoogd stuk land, waaraan boerderijen lagen en eveneens meestal omgeven door een wildwal. De grootste enk in Epe was de Emsterenk, de best zichtbare de Dijkhuizerenk. Een huisenk is een enk die alleen maar gebruikt werd door een boerderij.

    Berend Jans (Smit) en zijn vrouw Maria Willems, die elkaar in 1782 het jawoord gaven, waren mogelijk de bouwers van dit pand. Maria was de dochter van Willem Berends, smid aan de Loobrink, en Willemtje Hendriks. Mogelijk dat haar man emplooi vond bij haar vader en zich later als zelfstandig smid vestigde op de Achterenk.

    Zij overleden beiden vóór 1813, want toen hun al genoemde zoon Jan Berends Smit in dat jaar trouwde met zijn Teuntje – die in 1852 overleed – gaf hij aan dat hun aanwezigheid niet mogelijk was. In 1853 hertrouwde de toen 62-jarige Jan met Willempje Nijhof, die ruim 30 jaar jonger was. Dat was toen heel gewoon.

    Na Jans overlijden in 1859 werd de boerderij verkocht aan Lammert Beekhuis, landbouwer, die ruim 20 jaar later het goed weer van de hand deed aan Jannes Hagen, eveneens landbouwer. Deze bleef een kwart eeuw eigenaar; in 1907 volgde verkoop aan Hendrik Dijkgraaf Mannesz, klompenmaker in Twello, die echter al na vier jaar er de brui aan gaf, waarna Lucas Veldhuis Dz. eigenaar werd. Mogelijk was hij een stroman, want al snel werd de boerderij doorverkocht aan Johannes Beekhuis Hermansz., landbouwer in Emst. Deze werd opgevolgd door zijn zoon Gerrit Beekhuis Johansz., die omstreeks 1926 een verbouwing liet doorvoeren. De boerderij werd later nog uitgebreid met een veeschuur. Gerrit trouwde met Margje van Essen; haar kwamen we al tegen bij de geschiedenis van ‘Huis Van Essen’.

    ‘Dijkgraaf’

    Het huis Koeweg 2 bestond nog niet in 1832. Uit de bouwvergunningen blijkt dat het voor de oorlog in bezit was van Evert Jan Töpfer en zijn vrouw, die in 1951 naar Vaassen verhuisden. De nieuwe eigenaar was Hendrik Brummelkamp, die uit Vaassen kwam. In 1963 liet hij een kippenhok bouwen voor 800 gulden.

    In mei 1966 verhuisde Brummelkamp naar de Drachterweg. De boerderij werd verkocht aan een bekende persoonlijkheid: Ida de Leeuw van Rees, een gepensioneerd radiopresentatrice van de AVRO.

    Veluwse kippenhokken


    U kent er vast wel een. Zo niet, dan hoeft u niet ver te zoeken, want aan de Hanendorperweg – voorbij het voetbalveld – staat er nog zo’n typisch Veluws kippenhok. De pluimveehouderij op de Veluwe werd al in de 12/13e eeuw genoemd. Geen wonder dat een deel van de pacht of belasting in hoenders werd betaald. De hertog kreeg van menig boerenerf een ‘rookhoender’ als betaling in natura. Eind 19e/begin 20e eeuw zou het Veluwse kippenhok als product op de markt komen. In Lunteren was er al een specialist: de firma Brouwer. Een van hun bouwsels, aan de Barneveldseweg 19 in Lunteren, is op de rijksmonumentenlijst geplaatst.

    Hanendorp bouwtekening
    Tekening

    Met naald en draad voor U paraat


    Met deze pakkende titel presenteerde Ida Jacoba de Leeuw van Rees (1902-1987) in de jaren vijftig jarenlang een handwerkprogramma op Hilversum 1 of 2. Juist dankzij de titel kunnen veel ouderen onder ons zich het programma herinneren.

    Ida Gilkens kwam via haar vader, directeur en leraar van een kleermakersschool, al vroeg in aanraking met het modevak. Na de HBS en enkele jaren in het vak te hebben gewerkt, startte ze in 1921 met het geven van modeonderwijs aan de modeschool van mevrouw G.D. de Leeuw-van Rees; kort daarna trouwde ze met Lucien, de zoon van mevrouw De Leeuw. Het echtpaar nam de school over, waarna Ida – onder de naam van haar schoonmoeder – een mode-imperium opbouwde. Als eerste vrouw in Nederland met een rijbewijs zou ze overal in het land dependances oprichten. Dankzij haar broer, die in de omroepbranche actief was, kreeg ze in 1926 een eigen radioprogramma: een knipcursus via de ether. Het werd een groot succes, mede door haar specifieke stem, volgens kenners bekakt. In 1932 was er een record: 32.000 cursisten. Ook in Nederlands-Indië werd in 1939 gestart met het programma en weldra verzorgde ze ook modeshows via de radio. Na de oorlog werden de activiteiten nog uitgebreid in de ondertussen vijftien dependances, terwijl ook de radioprogramma’s werden voortgezet, die steevast werden beëindigd met de woorden: ‘Dames, nu groet ik u weer. Tot de volgende keer.’ In 1963 staakte de AVRO haar programma wegens de opkomst van de confectiekleding. In 1967 schreef ze nog een boek met natuurlijk de bekende titel en als onderschrift: Nieuwe handleiding op het gebied van naaien, knippen, knippatronen, garneren van japonnen, borduren en schmocken, breien en haken en apparatuur. Een eigentijds commentaar: ‘Als je haar instructies opvolgde, terwijl je luisterde, werd het niets.’

    Ida zou nog lang actief zijn in haar modeschool, die uiteindelijk in 1977 werd verkocht, maar ze bleef ook toen nog een tijd voor advies en het afnemen van examens. Na een brand in haar Naardense huis (1966) kocht zij de boerderij ‘Dijkgraaf’. Ze overleed juli 1987 in het Apeldoornse ziekenhuis. Bron: Historici.nl

    Mevrouw De Leeuw van Rees, eigenlijk heette ze Ida Jacoba Gilkens, wilde pas na een verbouwing haar intrek aan de Koeweg nemen. In juli 1966 vroeg zij dan ook een vergunning aan. De aannemer was de firma F. Braakman te Emst, die voor een bedrag van 1500 gulden de woning zou opknappen. De vergunning werd echter geweigerd, want de verbouwing was ‘in strijd met het vigerende bestem­mings­plan’. Ida, die wel voor hetere vuren had gestaan, liet het er niet bij zitten en ging in beroep bij de provincie. Ruim 1,5 jaar later werd een tweede aangepaste aanvraag – met nadrukkelijk een verwijzing naar de toestemming van gedeputeerde staten – wel goedgekeurd. Ze zou daarna nog 19 jaar genieten van het Veluwse landleven. Na haar overlijden, op 1 juli 1987, werd de boerderij aan A. Dijkgraaf verkocht.

    (Wordt vervolgd)

    Dank

    Met dank aan Henk Kloezeman
    Geen reactie's

    Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.