Tolweg 1

Tolweg 1

De Izak

M 9 

   

 

 

Auteur:
Evert de Jonge

Inhoudsopgave:

    Inleiding

    Aan de Tolweg staat een in 1909 gerenoveerde boerderij. De naam is in de gevel te vinden: De Izak. Wie de naamgever was, is niet te achterhalen. Mogelijk was een persoon met de naam Izaak. Deze gaf zijn naam mee aan een perceel en een bos, waarmee we ons verhaal starten. 

    Isaakshof

    Zo rond 1725 woonde in Epe Jacobje Reijnders die eerst trouwde met Jacob Willems. Na het huwelijk woonden aan de Laarstraat. Nadat haar man overleed hertrouwde Jacobje in 1732 te Epe  met Wigman Jans, een weduwnaar. Ook die werd niet oud, zodat Jacobje in 1749 voor de 3e keer in het huwelijk trad. De gelukkige was Peter Derks, een weduwnaar uit Dijkhuizen, die het beroep van karrenman uitoefende. Zij trok bij hem in en zal haar bezit aan de Laarstraat (en in Westendorp) hebben verpacht.

    Jacobje overleed voor 1768; uit geen der drie huwelijken werden kinderen geboren, zodat het huis aan de Laarstraat en diverse percelen vererfden op een handvol mensen. Dat kwam tot uitdrukking in een akte anno 1771:

    Peter Derks, die zijn vrouw overleefde en de andere erfgenamen van Jacobje verkochten na een publieke veiling d.d. 18-7-1771, voor 110 gulden, drie-vierde deel van een perceel land De Isaakshof genaamd, aan Jean Baptist Haack. Deze verwierf ook het laatste vierde deel voor 40 gulden.

    De Isaackhof werd als volgt begrensd: oostwaarts Reinder Jans, west- en noordwaarts het gemene  veld (markebezit) en zuidwaarts Janna en Weijntje Decemers. Waarschijnlijk is dat in de onmiddellijke omgeving van de huidige boerderij geen bebouwing was. Volgens Otten was er 1809 zelfs sprake van het Izaksbos.

    Uit de akte blijkt niet dat er een huis op het perceel stond. Gelet op het aankoopbedrag zal dat kloppen.  De nieuwe bezitter zou er een boerderij laten bouwen.

    Haack

    De nieuwe eigenaar van De Isaackhof Jean Baptist Haack was een zoon Frans Jan Haack, ontvanger van het schoutambt Epe, en Catharina Elisabeth Bakker. Zijn ouders hadden diverse panden, land en een molen in bezit; geërfd of gekocht. Een deel van hun bezit vererfde op de oudste zoon i.c. Jean Baptist. De in 1736 geboren Haack had geld genoeg om onder andere leningen te verstrekken en kon er niet betaald worden dan nam hij het in onderpand gegeven onroerend goed graag over.

    Het meest voor de hand liggende is dat Haack een huis liet bouwen op de in 1771 verworven Isaakshof. De aldus gebouwde boerderij kreeg de naam van het perceel: De Isaac, later werd dat De Izak.

    Haack overleed in 1814, ongehuwd, waarna zijn erfgenamen  op 31-5-1815 aan Frederik Carel Theodoor baron van Isendoorn à Blois tot den Cannenburg onder andere het daghuurdersplaatsje Den Isaac, met zaai- en weilanden, bosgronden, opgaande bomen, verkochten. De koopsom voor de boerderij en land bedroeg 1400 gulden.

    De Isaac werd nu toegevoegd aan het al indrukwekkende bezit van de heren en vrouwen van de Cannenburg.

    Cannenburg

    De heren en vrouwen van de Cannenburg boerden niet zelf. Zij verpachtten hun landerijen, boerderijen en (papier)molens. Helaas zijn niet alle gegevens bewaard gebleven, maar in het archief van het Huis Cannenburg berusten nog twee pachtregisters uit de 19e eeuw.

    Uit het oudste pachtboek blijkt dat Den Isaac in 1816 verpacht werd aan Jan Aarts Schut.

    HGA: Archief Huis Cannenburg, invnr. 524, fol 259

    De pacht bedroeg jaarlijks fl. 35, terwijl voor een stuk land nog fl. 8 en een bos fl. 5 werd betaald, in totaal dus fl. 50. Tot 1868 werden de betalingen vermeld.

    Het vreemde is dat Jan Aarts Schut in eerste instantie niet te traceren was, zijn naam komt in de burgerlijke stand niet voor. Ook de naam die onder hem als opvolger staat vermeld – Van Arck – kwam niet voor. Gelukkig gold dat niet voor de derde naam: A(lbert) Beersen. In het pachtregister werd enkele keren aangetekend dat hij voor zijn zwager de pacht betaalde. Albert was jachtopziener en in 1832 getrouwd met Christina van den Bosch. Via de laatste was wel te achterhalen hoe het zat. Zij bleek in 1799 in Epe te zijn geboren als dochter van Jan Aarts (van den Bosch), die eveneens jachtopziener was, en Gergje Kristiaans. Nu wordt een jachtopziener ook wel een schut genoemd, dus Jan Aarts Schut bleek identiek te zijn met Jan Aarts (van den Bosch) de jachtopziener. Toen Jan Aarts in 1822 overleed werd naast zijn beroep ook vermeld dat hij in Westendorp woonde.

    Nu hadden Jan en Gergje meer kinderen, waaronder Derkje, geboren 1791, die 1822 trouwde met Johannes van Ark; dat zal de Van Arck zijn die eveneens in het pachtregister werd genoemd. Overigens was hij knecht bij een kopersmit. Aangezien schoonvader Jan Aarts in 1822 overleed kwam de pacht automatisch op zijn naam te staan. Vanaf 1832 woonden Albert en Christina bij hen in. Mogelijk kwamen er toen twee ingangen, zoals te zien is op een oude foto.

    Toen Johannes in 1844 overleed werd de pacht op naam van Albert gezet. Al de genoemde vrouwen bleven langer leven en zullen dus een groot deel van het werk op de boerderij voor hun rekening hebben genomen.

    Toen in 1871 de bezittingen van de Cannenburg werden geveild werd De Izak als volgt omschreven:

     

    Perceel 27,  huis en erf, bouwland met houtgewas, groot 1 hectare, 90 aren en 40 centiaren, kadastrale gemeente Epe-Oene, sectie M, nrs. 6,8 en 9, verder het recht van bepoting op ongeveer 33 aren, staande op naam van de Buurtschap Emst, sectie M nr. 5, ook op sectie M nr. 1510, groot ongeveer 19 aren.

    Brummel

    De Izak werd gekocht door Jacob Brummel, landbouwer te Epe, voor fl. 2890 (incl. percelen 28-29). De nieuwe eigenaar was naast landbouwer tevens klompenmaker en in 1872 getrouwd met Johanna Beersen, dochter van Albert en Christina. Na de aankoop bleven haar ouders op De Izak wonen. Albert overleed in 1873, zijn vrouw in 1881.

    In 1876 zag Cornelis Brummel het levenslicht op De Izak, die hij zou erven. Toen vader Jacob in april 1907 overleed trad zijn zoon in zijn voetsporen en werd de boer op De Izak, reden om een maand later in het huwelijk te treden met de boerendochter Aaltje Visser.

    In 1909 volgde een verbouwing, waarbij geheel volgens de  ‘heersende mode’ een stookhuis naast de boerderij verrees. Er werd ook een nieuw kadastraal nummer uitgegeven: M 2690, terwijl niet lang daarna de oude nummering F 139 werd vervangen door het huidige adres: Tolweg 1.

    Ongeveer 1937 volgde Jannes Jacob Brummel (geb. 1909) zijn ouders op als landbouwer op De Izak. Dat jaar trad hij in het huwelijk met Tonia van Apeldoorn.

    Na zijn overlijden  (2004) vererfde De Izak op zijn neef Berend Cornelis Brummel, een zoon van Jacob Jannes Brummel en diens vrouw Janna Wagenaar. Hij is getrouwd met Antje van Westerveld, die het levenslicht zag op de Nieuwe Emsterhof.

    Luchtfoto van de Izak, 1934
    Foto uit ca. 1944. v.l.n.r. Aaltje Visser, een dame(oorlogsgast die eten kwam halen), Tonia Brummel- van Apeldoorn, en Jannes Jacob Brummel
    Paardenkeuring op de Izak 1953. v.l.n.r. G.J.van Sloten,onbekend,Tonia Brummel- van Apeldoorn, onbekend, De Weerd( wonende op 't Hinkel), twee onbekenden,Cornelis Brummel en Jannes Jacob Brummel. Voorste rij Peter Schutte( Eierstreekweg Vaassen en twee onbekenden.

    Berend en Antje verhuisden in 1972 naar De Izak. Ook hun zoon en diens vrouw wonen op de boerderij, zodat er nu sprake is van de zevende generatie.

    De naam van de boerderij is bij ouderen wel bekend. Vroeger werd er namelijk op De Izak tweemaal per jaar een keuring georganiseerd door de Onderlinge paardenverzekering Vaassen-Emst. Een dag lang was het dan op de boerderij een komen en gaan van paarden die met hun begeleiders over de Tolweg holden om hun gang te laten beoordelen, waarna wel of niet opname in de onderlinge verzekering volgde.

    Bij het 40-jarig huwelijkjubileum van het echtpaar Brummel-Van Westerveld bleek eens te meer dat veel ouderen de naam van de boerderij kenden, maar de jongeren niet. Dus werd er besloten een naambord op de voorgevel te plaatsen; een gevoel voor traditie en geschiedenis. Gelukkig dat er nog steeds mensen zijn die waarde hechten aan hun omgeving, die toch al zo snel veranderd. Ook De Izak ontkwam niet aan een verbouwing. Toen de deel in het achterhuis moest worden afgebroken bleek dat er onder de betonnen vloer nog een klinkervloertje lag, maar daar bleef het niet bij. Er was ook nog een 18e eeuwse verrassing. Onder de klinkers lag de oude lemen vloer circa 15 centimeter dik.

    De voorgevel vertoont nog dat het om een oude boerderij gaat, evenals de oude linden aan de voorzijde. Die zijn wellicht al geplant bij de eerste bouw. 

    Bronnen

    HGA:
     -Ar. Huis Cannenburg, invnr. 524 en 627.
    Website Ampt Epe:
    -Onder historie/artikelen
    Gesprek met de huidige bewoners; die tevens de foto’s beschikbaar stelden.
     
     

    Boerderijen en woonhuizen – Tolweg

    Geen reactie's

    Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.